Een simpel (en werkend!) budget maken.

Nu je weet hoe je financiële plaatje eruit ziet, en je je uitgaven hebt aangepast naar je inkomen, is het tijd om jouw persoonlijke budget te maken.

In de vorige stap heb je al je inkomsten en uitgaven op een rijtje gezet.

Nu ga je een budget maken: je gaat bepalen hoeveel je maandelijks aan wat kan besteden. Omdat je al het voorwerk al gedaan hebt is dat een fluitje van een cent.

Pak je overzicht van je inkomsten en uitgaven erbij en verdeel je uitgaven in de volgende groepen:

Groep 1: vaste lasten

Omdat sommige kosten maandelijks en andere kosten jaarlijks zijn, kan het bedrag dat je aan deze kosten kwijt bent, van maand tot maand verschillen.

Groep 2: dagelijkse uitgaven

Maak je een schatting van wat je aan de volgende posten moet/wilt uitgeven:

Groep 3: geld over?

Hopelijk heb je dan ook nog wat over om te sparen (voor vakantie ozd)

Gefeliciteerd: nu heb je je persoonlijke budget gemaakt.

Hou je aan je budget!

Het enige dat je nu nog moet doen is je eraan houden.

Dat gaat een stuk makkelijker als je daar 3 rekeningen voor gebruikt:

Een reserve-rekening, een gewone betaalrekening, en een spaarrekening.

Aan het begin (of einde) van elke maand, zodra je je inkomsten op je gewone betaalrekening binnen krijgt, sluis je een deel van dat geld direct door naar je reserve-rekening en je spaarrekening, liefst via een automatische afschrijving.

Dat ziet er bijvoorbeeld zo uit:

Inkomsten en uitgaven Inkomsten en uitgaven

Reserve-rekening

Dit is een extra betaalrekening die je uitsluitend gebruikt voor alle uitgaven in groep 1.

Aan het begin van elke maand, stort je daar een bedrag op dat voldoende is om al deze vaste lasten te betalen en ook nog een buffer te hebben voor onvoorziene uitgaven. Je betaalt er je rekeningen mee, doet automatische overschrijvingen, etc. Een pasje heb je dus niet nodig.

Om erachter te komen hoeveel je maandelijks op deze rekening moet storten, tel je al deze uitgaven van een heel jaar op en deel je dat bedrag door 12: de gemiddelde kosten per maand. Komen er extra kosten bij (bijvoorbeeld omdat je een extra abonnement afsluit), dan verhoog je het maandelijkse bedrag daarmee.

Het grote voordeel van een reserverekening is dat je nooit voor verrassingen komt te staan, en je altijd aan je verplichtingen kunt voldoen. Geloof me; dat scheelt een hoop zorgen en stress! Bovendien bouw je zo al snel een buffer op voor onverwacht hoge uitgaves/reparaties.

Betaalrekening.

Als je de stortingen op je reserverekening en je spaarrekening hebt gedaan, blijft er nog een bedrag over op je gewone rekening. Daar betaal je de uitgaven van groep 2 van. Je weet precies wat je uit kan geven en wanneer het op is. Omdat je niet rood kan staan is op ook echt op!

Spaarrekening

Sparen? Waarom zou je dat doen als je zó weinig rente krijgt?

Sparen doe je niet voor de rente, maar omdat je in de toekomst iets wil doen waar je nu nog geen geld voor hebt. Je wilt iets aanschaffen, een auto kopen, op vakantie gaan. Daarom spaar je.

Stort elke maand een bedrag, hoe klein ook, zelfs als je denkt daar geen ruimte voor te hebben. Voor je het weet is het een aardig bedrag en kan je daar toch iets leuks voor doen. Anders had je niets gehad.

Een goed werkend budget maken is dus helemaal niet zo moeilijk. Als je dan ook nog deze drie rekeningen gebruikt kom je nooit in de problemen. Nu niet, nu je inkomen waarschijnlijk nog niet zo hoog is, maar ook later niet als je meer te besteden hebt.

Want als je je deze gewoonte aan leert heb je daar de rest van je leven heel veel plezier van.